Bio
Janneke Jansen (1992) studeerde in 2019 af van de opleiding Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ze kwam binnen met een liefde voor Annie M.G. Schmidt en ontdekte de humor en symboliek van Beckett. Ze experimenteerde met taal en leerde dat de vorm van zinnen ook iets zegt over de inhoud. Als schrijver bevraagt ze regels van de samenleving. Ze schreef onder andere met fantasie over de verschillen tussen arm en rijk en wat als gek en normaal wordt gezien.
Ze liep schrijf- en dramaturgiestage bij Acteursgroep Wunderbaum. Daar leerde ze de meta-lagen te doseren en concreet en grappig te houden, naast het filosofische en de verdieping. Ze schreef voor (muziek)theater, jeugdtheater, podcasts, deed interviews voor Theaterkrant en werkte voor Theaterkrant Magazine en Dolle Mina’s magazine MINA. Ze werd bestuurslid bij de Auteursbond en genoot van het verbinden en bekrachtigen van schrijvers.
Het liefst maakte ze maatschappelijke voorstellingen met humor, zoals de jeugdvoorstelling RONJA! (gebaseerd op Ronja de Roversdochter) over polarisatie (kunnen vijanden vrienden worden?) en jezelf durven zijn. Of Haast voor 9+ bij De Nieuwe Utrechtse Lichting waar drie kinderen uitgeputte volwassenen speelden. Muziektheaterstuk Klaagzang, een tekst over hoe we met mentaal leed om kunnen gaan: vol uitend als een fado-zangeres of muzikaal mopperend met de buurvrouw, heeft ze uitgewerkt tot tekst met (geïmproviseerde) fado muziek in samenwerking met Meral Polat. Ook daar genoot ze erg van. Haar teksten gaan vaak over wat er mis gaat als we volwassen worden: haat, haast, ons verstoppen als we ons rot voelen…
Die thema’s gaan weer vaak over een hardheid in de samenleving die volgens haar niet hoeft en werkt. Daarom maakt ze steeds een andere wereld met eigen regels en een eigen taal. Ze vergroot verschillen in sociale omgangsvormen tot in het absurde uit en giet de wereld in een andere vorm. Ze schrijft over hoe mensen zichzelf vastleggen en over hoe het soms heel even goed gaat. De wrange lach hoor je bij haar teksten als het publiek iets herkent, dat we niet makkelijk kunnen veranderen, maar dat we wel graag anders zouden willen. Haar voorstellingen ziet ze als een open gesprek, waar niet direct een antwoord op hoeft te komen.
Simone Milsdochter zegt over haar tekst: ‘Janneke schrijft in contradictio in terminis’. Dat klopt: alles heeft meerdere kanten, dus nuanceert ze radicaal. Theater is er ook om beter naar elkaar te leren luisteren.
Laten we samen zoeken naar meer lagen over een maatschappelijk thema dan waar we in het dagelijks leven aan toekomen!